|
geschiedenis gemeente
De geschiedenis van Brasschaat is vanzelfsprekend vergroeid met die van de Kempen. De Kelten, uit Midden-Duitsland overgekomen, plantten in dit gebied de eerste nederzettingen in. Ze werden later door de Oude Belgen, afkomstig uit Westfalen, verdrongen.
Dan was het de beurt aan de Romeinen om tot diep in de Antwerpse Kempen door te dringen. Het is goed mogelijk dat de huidige Miksebaan het tracé volgt van een Romeinse heirbaan; archeologische vondsten wijzen toch in die richting. Na de Romeinen veroverden Germaanse stammen, de Saal-Franken, een groot deel van ons land en ook de Kempen.
Later behoorden Brasschaat en Ekeren tot het bisdom Luik, deze twee nederzettingen vormden een inham in het bisdom Kamerijk waartoe Schoten behoorde. Tot in 1559 bleef Brasschaat afhankelijk van het bisdom Luik.
Brasschaat na 1830 Op 1 januari 1830 werd Brasschaat een zelfstandige gemeente. Sindsdien komt het, na een lange periode zonder speciale geschiedenis, steeds meer in de kijker te staan. Nu is Brasschaat door de vele uitzonderlijke verwezenlijkingen in gans het land gekend.
geschiedenis gemeentehuis
Eeuwenlang was Brasschaat een gehucht van Ekeren. Pas na jaren kon het zich uiteindelijk in 1830 als zelfstandige gemeente losmaken van de oude moedergemeente. Het zou echter nog vele jaren duren vooraleer de nieuwe gemeente een echt gemeentehuis kreeg.
Aanvankelijk vonden de eerste gemeentediensten een onderkomen in een huurwoning. Pas in 1861 kocht de gemeente een huis van de familie De Clerck en richtte het in als gemeentehuis. Dit huis lag langs de Bredabaan, naast de huidige bakkerij De Clerck. Lang zou het evenwel niet als gemeentehuis worden gebruikt.
van gemeentehuis tot vrijetijdscentrum In 1869 kocht de gemeente een perceel grond nabij de huidige herberg De Kroon en bouwde er een nieuw gemeentehuis annex gendarmerie (rijkswachtkazerne). Het gebouw werd in 1871 ingehuldigd en diende dertig jaar als gemeentehuis. In 1901 verkocht de gemeente het gebouw aan de Belgische staat, die het verder liet bestaan als rijkswachtkazerne tot 1980. Nadien werd het opgeslokt in een nieuw gebouwencomplex met onder meer de bibliotheek, informatiedienst, sociale dienst en politie. De rijkswacht verhuisde naar een nieuw gebouw op de Hemelakkers. Sinds eind 2006 is de lokale politie (fusie van rijkswacht en gemeentepolitie) opnieuw ondergebracht in het aangepaste en gerenoveerde rijkswachtgebouw aan de Hemelakkers 40. Het gebouwencomplex aan de Bredabaan werd omgevormd tot vrijetijdscentrum, waar de diensten cultuur, sport, jeugd, ontwikkelingssamenwerking, toerisme en bibliotheek onderdak vonden.
herberg Prins Kardinaal tegen de vlakte voor nieuw gemeentehuis Rond de eeuwwisseling groeide de gemeente zo snel dat een nieuw en groter gemeentehuis echt noodzakelijk werd. De locatie daarvan werd heel bewust gekozen. De kerk stond op het noordelijke einde van de dorpskern, op de splitsing van twee wegen (Miksebaan-Bredabaan). De wereldlijke overheid wou haar tempel als tegenpool op het zuidelijke einde van die dorpskern, ook op de splitsing van twee wegen (Bredabaan-Donksesteenweg). Daar stond al wel een gebouw: de afspanning Prins Kardinaal. Die moest dan maar verdwijnen. De herberg werd, niet zonder de nodige tegenkantingen, onteigend voor openbaar nut en afgebroken. Op 14 mei 1902 vond de eerstesteenlegging van het nieuwe (en huidige) gemeentehuis plaats door burgemeester de Baillet-Latour. Op 7 juni 1903 werd het feestelijk in gebruik genomen.
Met dit gebouw, ontworpen door architect Ferdinand Truyman, zag de gemeente de zaken meteen groots. Behalve burelen en een raadzaal omvatte het ook een postlokaal, een politiekantoor, een woonst voor de gemeentesecretaris en de politiecommissaris en een pomphuis voor de brandweer. Pas een kwart eeuw later (1928) werd vlakbij een afzonderlijk politie- en postkantoor gebouwd, op de hoek van de Leopoldslei (momenteel een filiaal van de bank Dexia).
Met zijn sierlijke toren en monumentale pui was het nieuwe gemeentehuis een gebouw om trots op te zijn. Het werd opgetrokken in een eclectische stijl (mengstijl) met neoromaanse elementen. In Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen wordt het als volgt beschreven: "Bak- en natuurstenen gebouw op een arduinen sokkel onder verscheidene haaks op en evenwijdig met elkaar geplaatste zadeldaken (leien), gemarkeerd door vierkante toren van vier geledingen en verscheidene polygonale torentjes onder naaldspits. Lijstgevels geritmeerd door gekorniste puilijst, kordon, rondboogfriezen afgewisseld met tuitgevels. Rechthoekige, getoogde en rondboogvormige muuropeningen. Voorgevel met gemarkeerde ingangstrav.; natuurstenen korfhoogdeur geflankeerd door driekwartzuilen waarop postamenten van hogerliggend balkon met gebogen ballustrade. Toegang via twee steektrappen en perron, ijzeren balustrade beëindigd door postamenten met schilddragende leeuwen."
Uiterlijk is het gebouw voor het grootste deel in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven.
grote verbouwing na WO II De eerste voornaamste wijzigingen, weliswaar alleen binnenin, vonden plaats bij de grote verbouwing van 1948. De oorspronkelijke binnenkoer of patio werd overbouwd en kreeg een koepel, burelen werden uitgebreid en gewijzigd, zolders werden ingericht als woning voor de conciërge en er kwam een schepenzaal. Er volgde nog een grote verbouwing in 1969. Het conciërgelokaal en het wachtlokaal voor busreizigers werd omgebouwd tot drukkerij, het kantoor van de financiedienst werd vergroot, de raadzaal verhuisde naar de bovenverdieping en de oude zaal werd omgevormd tot een nieuwe trouwzaal.
recente verbouwingen Vlak voor de eeuwwisseling, in 1999, volgden nog enkele ingrijpende verbouwingen. Het gemeentehuis werd volledig gerenoveerd en verbouwd om de nieuwe eeuw volgens moderne normen in te stappen. De saaiheid van een administratief gebouw werd volledig naar het verleden verwezen. In de plaats daarvan stapt u nu een open huis in, met doorkijken, lichtschakeringen en een perfect samengaan van oud en modern.
Belangrijke ingrepen waren onder meer het opnieuw openmaken van de doorsteek waardoor men van het gelijkvloers door de koepel kan kijken, de herinrichting van de trouwzaal, de nieuwe dimensies van de bureaus en de balies, het inrichten van de zolders, het integreren van de vroegere woning van de concierge in het geheel, het inplanten van een lift, het overbrengen van de raadzaal naar het gebouwencomplex aan het Armand Reusensplein en het opdelen van de voormalige raadzaal tot een duplex met bureaus.
De buitengevels van het gemeentehuis die in de loop der jaren grauw waren geworden, werden volledig schoongemaakt zodat de originele kleuren opnieuw tot hun recht kwamen. Wie het gebouw van nabij bekijkt, zal merken dat de oorspronkerlijke architect Truyman voor een kleurrijk geheel heeft gezorgd. Er is vooreerst de ritmische afwisseling van baksteen, witte natuursteen, blauwe steen en grijze leien. Maar bovendien is ook in de baksteen voor veel variatie gezorgd. Onderaan treft men een brede band waarin geel overheerst. Hogerop is er overwegend rode baksteen, afgewisseld met patronen in zwarte, gele en rode baksteen als verwijzing naar de nationale driekleur.
|
|