dansgelegenheden, belasting op 2020-2025

datum goedkeuring

25 november 2019

datum bekendmaking

3 december 2019

feiten en motivering
Het besluit van de gemeenteraad van 18 november 2013 houdende goedkeuring van de belasting 2014-2019 op de permanente en periodieke bals en danspartijen. De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2020-2025 te hernieuwen.

juridisch kader
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen; Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

financiële gevolgen
De ontvangsten worden geraamd op 6.200 euro.

BESLUIT eenparig:

Art.1.- Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op de dansgelegenheden.

Art.2.- De belasting is verschuldigd voor inrichtingen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat waar regelmatig, d.w.z. quasi dagelijks of wekelijks, bals of danspartijen worden georganiseerd.

Art.3.- Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de exploitant. De eigenaar van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Art.4.- Tarief en berekening

Het basistarief van de belasting bedraagt 0,50 euro per dag en per vierkante meter oppervlakte van de inrichting.

De belastingplichtige heeft evenwel de keuze tussen het basistarief ofwel een forfaitair tarief van 6.200 euro op jaarbasis voor inrichtingen waar het ganse jaar door iedere dag of tijdens de weekends wordt gedanst.

Deze forfaitaire belasting van 6.200 euro is voor een volledig jaar verschuldigd voor exploitaties die geopend zijn tijdens het eerste kwartaal van het aanslagjaar. Exploitaties die openen vanaf het tweede kwartaal van het aanslagjaar zijn 75 % van de forfaitaire belasting van 6.200 euro verschuldigd. Exploitaties die openen vanaf het derde kwartaal van het aanslagjaar zijn 50 % verschuldigd van de forfaitaire belasting van 6.200 euro en exploitaties die openen in het vierde kwartaal van het aanslagjaar zijn 25 % van de forfaitaire belasting van 6.200 euro verschuldigd.

Er wordt geen ontheffing noch vermindering van de forfaitaire belasting verleend wegens ontbinding, sluiting van de exploitatie, of afgelasting van de bals in de loop van het aanslagjaar.

Art.5.- Aangifteplicht

5.1 De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat volgens vermelde modaliteiten en vóór vermelde vervaldatum moet worden terugbezorgd.

5.2 De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen dient uiterlijk vijf werkdagen voor de aanvang van het bal of danspartij aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen. De aangifte dient schriftelijk met nauwkeurige aanduiding van de verantwoordelijke persoon, plaats, dag, uur en aard ingediend worden.

De aangifte kan via een van de volgende kanalen worden ingediend:

  • post: College van burgemeester en schepenen, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
  • e-mail: financiedienst@brasschaat.be

Art.6.- Meldingsplicht

De exploitant moet ingeval van stopzetting of overdracht dit onmiddellijk meedelen aan het gemeentebestuur, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens).

Art.7.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging.

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gesteld termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

  • 10% bij een eerste overtreding;
  • 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;
  • 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Art.8.- Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art.9.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.