verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belasting/reglement inventarisatie 2020-2025

datum goedkeuring

25 november 2019

datum bekendmaking

3 december 2019

feiten en motivering
Het besluit van de gemeenteraad van 26 juni 2017 houdende goedkeuring van het reglement inventarisatie en de belasting 2017-2019 op verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. Het decreet van 23 december 2016 waarmee het beleid rond de bestrijding van verwaarlozing volledig aan de gemeenten wordt toevertrouwd.

De verwaarlozing van woningen, gebouwen en terreinen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

De strijd tegen verwaarloosde woningen en/of gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een inventarislijst ook daadwerkelijk zal belast worden.

Het woonbeleid van de gemeente Brasschaat er naar streeft om enerzijds de kwaliteit van de woningen én de woonomgeving te verhogen en anderzijds het aanbod van woningen en gebouwen wenst te verhogen met het oog op de betaalbaarheid hiervan en dit als doelstelling binnen het woonbeleid heeft vooropgesteld.

Het doel van de inventarisatie en belasting is om woningen en gebouwen van goede woonkwaliteit te hebben zodat de huur- en koopprijzen van het woonpatrimonium niet onder druk komen; Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal wordt benut. De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2020-2025 te hernieuwen.

juridisch kader
Het decreet van 22 december 1995 betreffende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996.
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

financiële gevolgen
De ontvangsten zijn afhankelijk van het aantal verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

Na bespreking
BESLUIT eenparig:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALING

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

2° Bezwaarinstantie: het college van Burgemeester en Schepenen;

3° Gebouw: elk bebouwd goed, dat zowel het hoofdgebouw als bijgebouwen omvat;

4° Gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventarislijst, tot 31 december 2016 vermeld in artikel 28, §1, eerste lid, 1° van het Heffingsdecreet;

5° Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, sinds 1 januari 2017 vermeld in artikel 26 van het Heffingsdecreet;

6° Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen: het register vermeld in artikel 3, §1 van dit reglement;

7° Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

8° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen; Deze personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van het decreet van 30 mei 2008;

9° Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn. Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van Burgemeester en Schepenen van een renovatiedossier.
Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
1) vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk
2) vernieuwing van de volledige dakbedekking
3) vernieuwing van de volledige elektrische installatie
4) vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)
5) vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)
6) vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)
7) vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)
8) vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)

De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat de volgende zaken:
9) foto’s voor en tijdens de renovatiewerken
10) grondplannen voor en na de renovatiewerken
11) eventueel facturen en goedgekeurde offertes
12) een motivatienota met planning van de werken
13) indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars

Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag; Voor het uitvoeren van een energie-audit wordt door de gemeente een subsidie voorzien. De modaliteiten zijn raadpleegbaar op de website www.brasschaat.be.

10° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw, woning of terrein voor de eerste maal in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen is opgenomen;

11° Terrein: elk bebouwd en onbebouwd perceel;

12° Verwaarloosde woningen of gebouwen:
de gebouwen en in aanbouw zijnde gebouwen waar uiterlijke gebreken werden vastgesteld aan :
14) daken (staat van de bedekking, het dakgebinte, de dakranden, de goten, regenwaterafvoerbuizen en schoorstenen),
15) gevels (metselwerk, gevelbepleistering, gevelbekledingen, oneigenlijk gevelafwerkingen en diverse gevelelementen),
16) buitenschrijnwerk,
17) de toegang tot het gebouw;

13° Verwaarloosd terrein: terreinen die ofwel:
18) overwoekerd zijn door begroeiing,
19) waar afval aanwezig is,
20) waar verhardingen opgebroken zijn;

14° Woning: het onroerend goed vermeld in artikel 24, 5° van het Heffingsdecreet;

15° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.

HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN EN TERREINEN

Artikel 2. Vaststelling van de verwaarlozing

§1. De administratie stelt de verwaarlozing van een woning, gebouw of terrein vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Er worden één of meerdere foto’s toegevoegd die de verwaarlozing staven.

§2. De uiterlijke gebreken worden naar de ernst van het gebrek ingedeeld in vier categorieën:
21) een gebrek van categorie I: één punt,
22) een gebrek van categorie II: drie punten,
23) een gebrek van categorie III: negen punten
24) een gebrek van categorie IV: achttien punten Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal negen punten.

Artikel 3. Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen

§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen bij. Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

§2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1. het adres van de verwaarloosde woning, het verwaarloosde gebouw of het verwaarloosd terrein;
2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning, het verwaarloosde gebouw of het verwaarloosde terrein;
3. de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;
4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
5. de toestand van verwaarlozing van de woning, het gebouw of het terrein, inclusief het technisch verslag;
6. de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
7. de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw of terrein zich situeert.

Artikel 4. Registratie van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen

§1. De registerbeheerder neemt een woning, een gebouw of een terrein waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen op datum van de administratieve akte.
§2. De registerbeheerder neemt alle in de gemeente gelegen woningen en gebouwen die op 31 december 2016 waren opgenomen in de gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen, op in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, de vijfde werkdag na het verstrijken van de bezwaartermijn vermeld in artikel 6, §1, tweede lid, 4°, of, wanneer een ontvankelijk bezwaar is ingediend, de eerste werkdag die volgt op de beslissing waarbij geoordeeld wordt dat het bezwaar ongegrond is.

Artikel 5. Kennisgeving van de registratie

Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van het opnemen van de woning, het gebouw of het terrein in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

Deze kennisgeving bevat:
1° de genummerde administratieve akte;
2° het technisch verslag;
3° informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
4° informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen;
5° informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

Artikel 6. Bezwaar tegen de registratie

§1. Tegen de registratie van een woning, een gebouw of een terrein in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het nummer van de administratieve akte;
c) de vermelding van het adres van de woning, het gebouw of het terrein waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;
d) de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning, gebouw of terrein in het gemeentelijke register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen ten onrechte gebeurt.
4° worden betekend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending.

§2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 7. Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.

§3. De vaststelling van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

§4. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§5. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.

§6. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen belaste personeelsleden.

§7. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van orde van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.

§8. Wordt het bezwaar ingewilligd dan wordt de woning, het gebouw of het terrein niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. Wanneer het volgend kalenderjaar blijkt dat de woning nog steeds of opnieuw in aanmerking komt voor de inventarisatie van verwaarlozing, kan deze opnieuw worden opgenomen.

Artikel 7. Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen

§1. De registerbeheerder schrapt een woning, een gebouw of een terrein uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning, het gebouw of het terrein geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, 9 punten of meer zouden opleveren. De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.

Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het adres van de woning, gebouw of terrein waarop het verzoek betrekking heeft;
c) de bewijsstukken die aantonen dat de woning, gebouw of terrein geschrapt mag worden uit het register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Bv. Foto’s.

§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging. Tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§4. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Er wordt steeds een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§5. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek. Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van deze beslissing.

§6. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning, gebouw of terrein geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

Artikel 8. Beroep tegen weigering tot schrapping

§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning, gebouw of terrein uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de bezwaarinstantie.
Op straffe van nietigheid moet dit beroep:
1° ondertekend en gemotiveerd zijn;
2° met een beveiligde zending worden ingediend;
3° minimaal de volgende gegevens bevatten:
a) de identiteit en het adres van de indiener;
b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;
c) de weigeringsbeslissing;
4° worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

§3. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging. Tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§4. De bezwaarinstantie stuurt aan de indiener van het beroep een ontvangstbevestiging.

§5. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§6. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van beroepschrift. Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

§7. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning, gebouw of terrein geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

HOOFDSTUK 3. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN, GEBOUWEN en TERREINEN

Artikel 9. Heffingstermijn en belastbare grondslag

§1. Met ingang van 1 januari 2020 en eindigend op 31 december 2025 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gebouwen en terreinen die, gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, gebouw of terrein gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. Zolang de woning, gebouw of terrein niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

Artikel 10. Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning, gebouw of terrein op de verjaardag van de registratiedatum. Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of gebruiksrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of gebruiksrecht op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. De overdrager van het zakelijk recht moet via beveiligde zending de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente binnen één maand na het verlijden van de notariële akte.
Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
25) naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
26) datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
27) nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning, gebouw of terrein. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt aan de overdrager van een zakelijk recht een administratieve geldboete van 250 euro opgelegd.

Artikel 11. Tarief van de belasting

§1. De belasting bedraagt:
28) 1.500 euro voor een woning;
29) 1.500 euro voor een gebouw;
30) 1.500 euro voor een terrein.

De belasting wordt vermeerderd met 1.500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden die de woning, het gebouw of het terrein in het register staat, tot een maximum van 7.500 euro.

Artikel 12. Vrijstelling van de belasting

§1. In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

§2. Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door de zakelijke gerechtigde. De heffing wordt niet automatisch toegekend door de administratie. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

§3. Tijdens de periode van vrijstelling van de belasting blijft de woning, gebouw of terrein wel geïnventariseerd. Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing als nog betaald te worden.

§4. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld: • de belastingplichtige die (mede)eigenaar is wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van de definitieve koopakte vrijgesteld.

§5. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw, de woning of het terrein:
• gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
• geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevings-vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
• vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts tot twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
• onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.
• gerenoveerd wordt. Een woning of een gebouw wordt gerenoveerd als:
o het gaat om handelingen die stedenbouwkundig gezien vergunningsplichtig zijn en een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden kan voorgelegd worden én de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van verwaarlozing
o het niet gaat om vergunningsplichtige handelingen en er een renovatiedossier wordt voorgelegd, de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van verwaarlozing

Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op datum toekenning van college voor stedenbouwkundige vergunning of renovatiedossier.

§6. De vrijstellingen vermeld onder artikel 12 kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en zijn niet cumuleerbaar.

Artikel 13. Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 14. Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 15. Bezwaar

§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 16. Toepasselijke regelgeving

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.