standplaats taxi's retributie 2020-2025

datum goedkeuring

16 december 2019

datum bekendmaking

19 december 2019

Feiten en motivering
Heden kan de huidige situatie in Brasschaat met betrekking tot personenvervoer (taxi en verhuur van voertuigen met bestuurder) in verband met aantal standplaatsen, vergunningen, exploitanten en retributie, worden als volgt geschetst:

  • 2 soorten vergunningen: taxidienst en VVB (verhuur van voertuigen met bestuurder) + combi
  • 6 taxistandplaatsen in Brasschaat
  • 7 vergunningen taxi zonder standplaats
  • 27 vergunningen taxi met standplaats
  • 14 vergunningen VVB (verhuurdienst van voertuigen met bestuurder)
  • Exploitanten uit Brasschaat:
  • 17 vergunningen taxi met standplaats
  • 14 vergunningen VVB (verhuurdienst van voertuigen met bestuurder)
  • Retributie:
    • 354,96 € voor taxidienst zonder standplaats op de openbare weg
    • 638,93 € voor taxidienst met standplaats op de openbare weg
    • varianten voor combi en radiotelefonie

In bijlage aan onderhavig besluit, wordt een overzicht gevoegd van de exploitanten die heden vergunninghouder zijn binnen de gemeente Brasschaat.

Vanaf 1 januari 2020 gaat echter het nieuwe taxidecreet in werking. Dit heeft invloed op de huidige organisatie van de toewijziging van de taxivergunningen.

De voorwaarden en retributie van 350,00 euro (of 250,00 euro voor schonere voertuigen) voor de vergunningen zelf, werden vastgelegd in het decreet en/of het besluit van de Vlaamse Regering.

Gemeenten met taxistandplaatsen dienen evenwel nog een gemeentelijk reglement houdende de voorwaarden tot het verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg, op te stellen.

Door de afdeling mobiliteit en de afdeling financiën werd een ontwerp van reglement opgemaakt. In dit ontwerp worden de voorwaarden en retributie voor de machtigingen vastgelegd.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan voorgelegd ontwerp van gemeentelijk reglement houdende de voorwaarden tot het verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg.

Juridisch kader
Het Decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer. De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen. Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56 en 57, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen en artikels 330 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Adviezen
In zitting van 25 november 2019 heeft het college van burgemeester en schepenen goedkeuring gehecht aan het ontwerp van gemeentelijk reglement houdende de voorwaarden tot het verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg.

Financiële gevolgen
De financiële effecten ten gevolgde van het decreet zijn momenteel nog onduidelijk. Door het feit dat er per exploitant slecht één vergunning wordt verleend (daar waar de exploitatiezetel zich situeert of waar men de eerste vergunningaanvraag indient), zullen er vermoedelijk minder vergunningsaanvragen worden ingediend en dus de inkomsten afnemen.

BESLUIT eenparig:

Art.1.- Er wordt goedkeuring gehecht aan het ontwerp van gemeentelijk reglement houdende de voorwaarden tot het verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg, met tekst als volgt:

GEMEENTELIJK REGLEMENT EN RETRIBUTIE 2020-2025 OP HET UITREIKEN VAN EEN MACHTIGING VOOR HET GEBRUIK VAN TAXISTANDPLAATSEN OP DE OPENBARE WEG

Inhoud Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. - Machtigingsaanvraag
Hoofdstuk 3 – Retributie
Hoofdstuk 4 – Gebruik standplaatsen
Hoofdstuk 5 - Tarieven
Hoofdstuk 6 – Bijkomende machtigingsvoorwaarden
Hoofdstuk 7 – Handhaving

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Situering en toepassingsgebied In aanvulling op de Vlaamse taxiregelgeving stelt dit reglement specifieke gemeentelijke voorschriften vast voor de machtigingen voor standplaatstaxi’s op het grondgebied van de gemeente Brasschaat. Dit reglement herhaalt niet alle bepalingen van de genoemde Vlaamse regelgeving. Het herhaalt ook geen voorschriften uit de verkeerswetgeving, technische normen, enzovoort. Het moet daar dus steeds samen mee gezien en in acht genomen worden.

Hoofdstuk 2. Machtigingsaanvraag
Artikel 2. Niemand mag zonder gemeentelijke machtiging voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer vanaf een standplaats op de openbare weg die daarvoor voorbehouden is (hierna verder genoemd de machtiging), gebruik maken van de taxistandplaatsen op de openbare weg die zich op het grondgebied van de gemeente Brasschaat bevinden.

Artikel 3. De machtiging wordt slechts afgegeven aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die hetzij een taxivergunning heeft, hetzij samen met de machtigingsaanvraag een taxivergunning aanvraagt.

Artikel 4. De machtiging wordt aangevraagd bij het College van Burgemeester en Schepenen.

Artikel 5. In de machtigingsbeslissing van het College van Burgemeester en Schepenen wordt aan elk voertuig een identificatienummer toegekend. Elk identificatienummer kan slechts eenmaal worden toegewezen. De exploitant ontvangt pas machtigingskaarten nadat hij van elk vergund voertuig de aankoopfactuur, de verzekeringspolis, het keuringsbewijs en het kentekenbewijs heeft voorgelegd.

Artikel 6. Onder de voorwaarden vastgesteld door de Gemeenteraad in dit reglement wordt de machtiging of de hernieuwing van de machtiging op het grondgebied van de gemeente Brasschaat uitgereikt door het College van Burgemeester en Schepenen binnen vijfenveertig dagen vanaf de dag waarop de aanvraag volledig is. Als het bevoegde college gedurende de voormelde termijn niet zetelt, wordt de termijn verlengd tot maximum zestig dagen. De weigeringsbeslissingen worden aan de aanvrager betekend. De machtiging omvat de toelating voor het stationeren op eender welke standplaats op de openbare weg in de vergunningverlenende gemeente die voorbehouden wordt voor de taxi’s. De houder van een machtiging kan op geen enkel ogenblik en op geen enkele manier een schadevergoeding eisen van de gemeente Brasschaat, wanneer taxistandplaatsen heringericht, verwijderd, verplaatst worden, tijdelijk niet inneembaar zijn, eventueel om redenen van openbare orde of openbaar nut.

Artikel 7 Het College van Burgemeester en Schepenen levert maximaal het aantal machtigingen af als het aantal taxivoertuigen dat de aanvrager in exploitatie heeft en waarvoor hij dus over taxikaarten of vergunningskaarten beschikt. Er worden twee machtigingskaarten uitgereikt per voertuig waarvoor een machtiging wordt verleend. De machtigingskaarten worden in het voertuig bevestigd, onderaan rechts op de achterruit en aan de rugleuning van de voorste passagierszetel.

Artikel 8. De duur van de machtiging valt samen met de duur van de taxivergunning en kan de duur van de taxivergunning niet overschrijden. In afwijking van het eerste lid kan het College van Burgemeester en Schepenen gemotiveerd, wegens bijzondere omstandigheden, een machtiging voor een kortere duur dan de vergunning verlenen. Een aanvraag tot hernieuwing van de machtiging moet, samen met alle vereiste bijlagen, ten minste twee maanden vóór het verstrijken van de machtiging, aan de gemeente overgemaakt worden.

Artikel 9. De norm voor het maximaal aantal standplaatstaxi’s op het grondgebied van Brasschaat bedraagt 30.

Artikel 10. Voor de goedkeuring van de machtiging geldt volgende voorrangsregeling: 1° de houders van een taxivergunning op basis van het decreet van 20 april 2001 die vergund waren om gebruik te maken van de standplaatsen blijven gemachtigd om de standplaatsen te gebruiken; 2° als het maximum aantal machtigingen nog niet bereikt is, komen vervolgens de aanvragers op een wachtlijst in aanmerking; 3° als het maximum aantal machtigingen na afhandeling van de wachtlijst nog niet bereikt is, of als er geen wachtlijst is, komen de andere aanvragers in aanmerking. In elk van de in het eerste lid bepaalde mogelijkheden, krijgen zero emissie-voertuigen voorrang.

Artikel 11. De machtiging is persoonlijk en onoverdraagbaar. Na een voorafgaande toelating van het bevoegde college mag de echtgeno(o)t(e) of de duurzaam samenwonende partner of mogen bloed- of aanverwanten tot de tweede graad bij overlijden of permanente arbeidsongeschiktheid van de houder van de machtiging, onder dezelfde voorwaarden het gebruik van de taxistandplaatsen voortzetten tot het einde van de in de machtiging gestelde termijn. [analoog art. 9 decreet] Een rechtspersoon kan de machtiging van een natuurlijk persoon die houder is van een machtiging voortzetten wanneer deze houder zijn machtiging inbrengt in deze rechtspersoon die hij opricht en waarvan hij de meerderheidsvennoot is, alsook de zaakvoerder.

Artikel 12. De machtiging dient afgehaald te worden binnen de drie maanden vanaf de datum van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen. Na deze termijn vervalt de machtiging.

Artikel 13. Bij een met redenen omklede beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen kan de machtiging ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden of kan de hernieuwing van de machtiging worden geweigerd: 1° indien de exploitant de machtigingsvoorwaarden van dit reglement niet naleeft; 2° indien de exploitant om om het even welke reden (schorsing, intrekking, vrijwillige stopzetting…) niet langer over een taxivergunning beschikt.

Artikel 14. Tegen de in artikel 13 genoemde beslissingen, of in voorkomend geval bij ontstentenis van beslissing binnen de termijnen bepaald in artikel 7, kan een herzieningsaanvraag ingediend worden bij het College van Burgemeester en Schepenen. De herzieningsaanvraag moet worden ingediend met een beveiligde zending binnen vijftien dagen na de betekening van de weigering of binnen vijftien dagen na de datum waarop de termijnen bepaald in artikel 6 verstrijken die op de indiening van de aanvraag volgt.
Daarop organiseert de gemeente binnen de dertig dagen een hoorzitting. Als daarna de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen wordt bevestigd, kan een beroep ingesteld worden bij de Raad van State.

Hoofdstuk 3 – Retributie
Artikel 15. Met ingang van 1 januari 2020 en eindigend op 31 december 2025 wordt een retributie geheven op het uitreiken van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg. De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de machtiging. De retributie bedraagt 300 euro per machtiging per jaar.

Artikel 16. Deze retributie is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de machtiging werd afgeleverd. Ze zijn jaarlijks verschuldigd en ondeelbaar ten laste van de houder van de machtiging vermeld op 1 januari van het kalenderjaar of op het moment van de afgifte van de machtiging.

Artikel 17. De vermindering van het aantal voertuigen of het niet langer gebruik maken van de taxistandplaatsen geeft geen aanleiding tot een retributieteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een machtiging of het buiten werking stellen van één of meer voertuigen voor welke reden dan ook. Het indienen van een klacht heft de invorderbaarheid van de retributie niet op.

Artikel 18. Het bedrag vermeld in artikel 15 wordt aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2019.

Artikel 19. De betaling van de retributie dient te gebeuren binnen de 30 dagen vanaf het verzoek tot betaling op rekeningnummer van het gemeentebestuur.

Hoofdstuk 4 – Gebruik standplaatsen
Artikel 20. Het aantal voertuigen dat aanwezig is op een bepaalde standplaats op de openbare weg, mag in geen geval het aantal beschikbare plaatsen overschrijden.

Hoofdstuk 5 - Tarieven
Artikel 21. Bij vertrek van op de taxistandplaats met een klant moet de taxameter steeds in werking gesteld zijn.

Artikel 22. Houders van een machtiging hanteren bij vertrek op de taxistandplaatsen vrij te kiezen tarieven binnen de grenzen die de Vlaamse minister kan bepalen.

Artikel 23. De tarieven moeten zichtbaar uitgehangen worden in het voertuig waarvoor de machtiging geldt.

Hoofdstuk 6 – Bijkomende machtigingsvoorwaarden
Artikel 24. Vereisten voor de taxistandplaatsvoertuigen – emissienorm Het voertuig voldoet aan de volgende emissienorm:
met ingang van 1 januari 2020:
als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit na 1 januari 2020: een minimale ecoscore van 71 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 66 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 56 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;
met ingang van 1 januari 2025:
a) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit voor 1 januari 2025: een minimale ecoscore van 71 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 66 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 56 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;
b) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit na 1 januari 2025: een minimale ecoscore van 74 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 71 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 61 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;
met ingang van 1 januari 2030:
a) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit voor 1 januari 2030: een minimale ecoscore van 74 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 71 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 61 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;
b) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit na 1 januari 2030: zero-emissie voor alle voertuigen.
Artikel 25. De machtiging is ook van toepassing voor tijdelijke taxistandplaatsen bij evenementen.
 

Hoofdstuk 7 – Handhaving
Artikel 26. Bij de vaststellingen van overtredingen op dit reglement, andere dan de overtredingen die al gevat zijn door artikel 31 §§ 1 en 2 van het decreet en door de tabel in bijlage 11 van het besluit, wordt een gemeentelijke administratieve sanctie toegepast, met een maximumbedrag van 350 euro en volgens de wet van 24 juni 2013.