tweede verblijven, belasting 2014-2019

datum goedkeuring

16 december 2013

datum bekendmaking

2 januari 2014

Art.1.- Voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

Art.2.- Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.

Worden niet als tweede verblijf beschouwd:

  • het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;
  • de tenten en woonaanhangwagens;
  • verplaatsbare caravans, tenzij deze tenminste zes maanden van het aanslagjaar opgesteld blijven om als woongelegenheden aangewend te worden;
  • de leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar niet als tweede verblijf werd aangewend.

Art.3.- Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 250,00 euro per tweede verblijf gelegen in een gebied voor verblijfsrecreatie (weekendzone) en op 750,00 euro per tweede verblijf niet gelegen in een gebied voor verblijfsrecreatie (weekendzone).

Art.4.- De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die eigenaar is van het tweede verblijf.

Art.5.- De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar.

Art.6.- Aangifte

6.1 De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

6.2 De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Art.7.- Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Art.8.- Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld, afgezien van het feit of het om één of meerdere overtredingen per aanslagjaar gaat:

  • 10% bij een eerste overtreding;
  • 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouwe in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen.

Art.9.- De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Art.10.- De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art.11.- De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen terzake, gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamig decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

Art.12.- Indien het onderzoek “de commodo et incommodo” dat nopens onderhavig besluit zal ingesteld worden geen bezwaar oplevert, of wanneer de bezwaren, die tijdens dit onderzoek worden ingediend, door de gemeenteraad worden verworpen, zal het thans gestemde reglement als definitief aanzien worden en voor goedkeuring aan de bevoegde overheid worden overgezonden.

gemeenteraadsbelsuit van 16 december 2013 - bekendgemaakt op website op 2 januari 2014