bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen belasting 2020-2025

datum goedkeuring

25 november 2019

datum bekendmaking

3 december 2019

feiten en motivering
Het besluit van de gemeenteraad van 18 november 2013 houdende goedkeuring van de belasting 2014-2019 op bouwen en verbouwen.
Deze contantbelasting wordt vanaf het aanslagjaar 2020 omgevormd tot een kohierbelasting.
De belasting is verschuldigd bij het ontstaan van het belastbare feit. Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2020-2025 te wijzigen en te hernieuwen.

juridisch kader
De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

financiële gevolgen
De opbrengst is afhankelijk van het aantal beëindigde bouwwerken en wordt geraamd op 110.000 euro.

BESLUIT eenparig:

Art.1.- Het belastbaar voorwerp

Voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 wordt een belasting geheven op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen. Dit belastingreglement is van toepassing op:

  • elke omgevingsvergunning/stedenbouwkundige vergunning waarvan de datum van het einde der werken plaatsvindt na inwerkingtreding van dit reglement.
  • elke regularisatievergunning zonder bijkomend uit te voeren werken, genomen na de inwerkingtreding van dit reglement. De belastingschuld ontstaat op het ogenblik dat de vergunde werken beëindigd zijn. De werken worden als beëindigd beschouwd als de bouwwerken winddicht zijn. Bij een regularisatievergunning zonder bijkomend uit te voeren werken ontstaat de belastingschuld op het ogenblik dat de regularisatievergunning wordt afgeleverd.

Art.2.- Tarief en berekening

De belasting wordt als volgt vastgesteld voor de gebouwde, herbouwde en verbouwde gedeelten:

  • 0,30 euro per m³ tot 650 m³ inhoud;
  • 0,80 euro per m³ vanaf 650 m³ tot 1.000 m³ inhoud
  • 1,50 euro per m³ vanaf 1.000 m³ inhoud.

De minimumbelasting bedraagt 30 euro.

Art.3.- Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de titularis van de omgevingsvergunning.

De eigenaar van het gebouw, op het moment van het beëindigen van de werken, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling. In geval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het gebouw aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Art.4.- Vrijstellingen

Zijn van de belasting vrijgesteld:

  • het bouwen, herbouwen of verbouwen van onroerende goederen die eigendom zijn van een openbaar bestuur;
  • het bouwen, herbouwen of verbouwen van woningen of gebouwen door de autonome gemeentebedrijven van Brasschaat;
  • het bouwen, herbouwen of verbouwen van schoolgebouwen, bestemd voor gesubsidieerde onderwijsinrichtingen;
  • het bouwen, herbouwen of verbouwen van woningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaaschappijen

Art.5.- Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Art.6.- Aangifteplicht De belastingplichtige moet ten laatste binnen de termijn van 1 maand na beëindigen van de werken aangifte doen bij het gemeentebestuur van het volume dat werd gerealiseerd bij het bouwen, herbouwen of verbouwen.

De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:

  • website: www.brasschaat.be; e-loket
  • e-mail: ruimtelijkeordening@brasschaat.be
  • post: Gemeente Brasschaat - Ruimtelijke ordening, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat.

Indien de belastingplichtige van mening is dat hij in aanmerking komt voor een vrijstelling, dient hij deze vrijstelling aan te vragen en te staven met de nodige bewijsstukken bij het indienen van de aangifte.

Art.7.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10 %. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Art.8.- Procedure De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.