Reglement inventarisatie en belasting 2017-2019 op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen

Art.1.- Het “Reglement inventarisatie en belasting 2017-2019 op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen” wordt goedgekeurd met tekst als volgt:

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1°Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a)een aangetekend schrijven;
b)een afgifte tegen ontvangstbewijs;

2°Gewestelijke Inventaris van ongeschikte / onbewoonbare woningen: de inventaris vermeld in artikel 26 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;
3°Inventarisatiedatum: de datum waarop een woning in de inventaris van ongeschikte / onbewoonbare woningen is opgenomen;
4°Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 10° bis, van de Vlaamse Wooncode;
5°Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn.
Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van Burgemeester en Schepenen van een renovatiedossier. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
- vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk
- vernieuwing van de volledige dakbedekking
- vernieuwing van de volledige elektrische installatie
- vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)
- vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)
- vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)
- vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)
- vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)
De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat de volgende zaken:
- foto’s voor en tijdens de renovatiewerken
- grondplannen voor en na de renovatiewerken
- eventueel facturen en goedgekeurde offertes
- een motivatienota met planning van de werken
- indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars
Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag;
6°Woning: het goed vermeld in artikel 2, §1, eerste lid, 31° van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. Een woning is een wooneenheid, wanneer het in een appartement meerdere eenheden betreft, wordt iedere wooneenheid apart geïnventariseerd als ongeschikt/onbewoonbare woning;
7°Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a)de volle eigendom;
b)het recht van opstal of van erfpacht;
c)het vruchtgebruik.

Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar kan daarna niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
Een woning die opgenomen is in het leegstandsregister kan echter wel op later tijdstip worden opgenomen in de inventaris voor ongeschikte / onbewoonbare woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in register voor verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen kan ook worden opgenomen in de inventaris voor ongeschikte / onbewoonbare woningen en gebouwen.

HOOFDSTUK 2. BELASTING OP ONGESCHIKTE / ONBEWOONBARE WONINGEN

Artikel 2. Belastingstermijn en belastbare grondslag

§1. Met ingang van 1 juli 2017 en eindigend op 31 december 2019 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte / onbewoonbare woningen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in deze gewestelijke inventaris.
Zolang de woning niet is geschrapt uit deze gewestelijke inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

Artikel 3. Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de ongeschikte / onbewoonbare woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of gebruiksrecht bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht, van vruchtgebruik of gebruiksrecht op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

Artikel 4. Tarief van de belasting

De belasting bedraagt :

  • 750 euro voor een kamer
  • 1.500 euro voor een woning

De belasting wordt vermeerderd met 750 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de kamer in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, tot een maximum van 3.750 euro.
De belasting wordt vermeerderd met 1.500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, tot een maximum van 7.500 euro.

Artikel 5. Vrijstelling van belasting

§1. In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht  van de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.
§2. Een vrijstelling van de heffing moet via beveiligde zending aangevraagd worden. De vrijstelling wordt niet automatisch door de administratie toegekend.
§3. Tijdens de periode van vrijstelling op de heffing blijft de woning wel geïnventariseerd.
Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing als nog betaald te worden.
§4. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:
de belastingplichtige die (mede)eigenaar is wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van de definitieve koopakte vrijgesteld.

§5. Een vrijstelling wordt verleend als de woning:

  • gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
  • geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevings-vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
  • vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts tot twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Onder ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning, waardoor de bewoning van de woning geheel of ten dele onmogelijk wordt;
  • onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure,  deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.
  • gerenoveerd wordt. Een woning of een gebouw wordt gerenoveerd als:
    • het gaat om handelingen die stedenbouwkundig gezien vergunningsplichtig zijn en een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden kan voorgelegd worden en de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van de ongeschikt/onbewoonbaarheid
    • het niet gaat om vergunningsplichtige handelingen en er een renovatiedossier wordt voorgelegd én de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van de ongeschikt/onbewoonbaarheid

Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

§6. De vrijstellingen vermeld onder artikel 5 kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en zijn niet cumuleerbaar.

Artikel 6. Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 7. Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 8. Bezwaar

§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Artikel 9. Toepasselijke regelgeving

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 10. Kennisgeving toezicht

Dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

Artikel 11.

Het gemeenteraadsbesluit van 18 november 2013 houdende vaststelling van de belasting 2014-2019 op de gebouwen en woningen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongezond, bouwvallig, vervallen en onafgewerkt wordt opgeheven.

goedgekeurd op de gemeenteraad van 26 juni 2017 - gepubliceerd op 6 juli 2017

Uitgelicht