onbebouwde bouwgronden en kavels, activeringsheffing

datum goedkeuring

18 november 2013

datum bekendmaking

4 december 2013

Art.1.-Er wordt voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019 een gemeentebelasting, zijnde activeringsheffing, geheven op onbebouwde bouwgronden en kavels.

Art.2.- Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  • bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg, gelegen in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening
  • voldoende uitgeruste weg: ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een water- en elektriciteitsnet
  • kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen
  • bebouwd: een kavel of een bouwgrond wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning, mits deze bouwwerken ook in de loop van het aanslagjaar een normale afwerking kennen.

Een bouwgrond of kavel die niet aan deze omschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.

Art.3.- Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de onbebouwde bouwgrond of kavel.

Indien er recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.

In geval van mede-eigendom, wordt de belasting gevestigd in verhouding tot het eigendomsaandeel van elk van de niet vrijgestelde belastingplichtigen in de onbebouwde bouwgrond of kavel.

Art.4.- Berekening van de belasting

Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:

  • 1ste onbebouwde bouwgrond of kavel: 13,00 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan een openbare weg, met een minimumaanslag van 150,00 euro;
  • 2de onbebouwde bouwgrond of kavel: 15,00 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan een openbare weg, met een minimumaanslag van 175,00 euro;
  • 3de onbebouwde bouwgrond of kavel: 22,00 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan een openbare weg, met een minimumaanslag van 250,00 euro;
  • elke volgende onbebouwde bouwgrond of kavel: 22,00 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan de openbare weg, met een minimumaanslag van 250,00 euro.

De belastingtarieven per lopende meter worden jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat. Het geldende ABEX-indexcijfer van december 2012 wordt als basisindexcijfer beschouwd.

Als 1ste onbebouwde bouwgrond of kavel wordt beschouwd de grond met de kleinste perceelsbreedte, als tweede onbebouwde bouwgrond of kavel, de grond met de tweede kleinste perceelsbreedte, als derde onbebouwde bouwgrond of kavel, de grond met de derde kleinste perceelsbreedte, enz

Indien een onbebouwde bouwgrond of kavel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.

Art.5.- Vrijstellingen

5.1. Enkel de vrijstellingen en ontheffingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

5.2. Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:

1. de eigenaars van één enkele onbebouwde bouwgrond of kavel bij uitsluiting van enig ander onroerend goed in België of in het buitenland;

2. de ouders met kinderen ten laste. Deze vrijstelling is beperkt tot één onbebouwde bouwgrond of kavel per kind ten laste.

Indien de belastingplichtige méér onbebouwde bouwgronden of kavels in eigendom bezit dan hij kinderen ten laste heeft, zal de vrijstelling gelden voor de onbebouwde bouwgronden of kavels met de kleinste belastingsaanslag.

De in sub1 en 2 verleende vrijstelling geldt slechts gedurende vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed of gedurende de vijf aanslagjaren die volgen op de inwerktreding van deze verordening, indien het goed op dat tijdstip reeds verworven is.

3. de sociale woonorganisaties;

4. ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht met alle middelen van recht mag worden geleverd;

5. ingevolge hun werkelijke en volledige aanwending voor land-of tuinbouw gedurende het hele jaar;

6. ingevolge een bouwverbod of een erfdienstbaarheid van openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt

5.3. Zijn eveneens vrijgesteld: onbebouwde bouwgronden of kavels waarop bouwheren of verkavelaars een sociale last uitvoeren in natura, overeenkomstig de voorwaarden opgelegd door het Vlaamse decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en daaropvolgende wijzigingen.

5.4. Een vrijstelling wordt tevens toegekend voor:

1. onbebouwde kavels, indien de verkavelingsvergunning geen werken omvat.

Deze vrijstelling geldt gedurende het jaar volgend op het jaar waarin de verkavelingsvergunning werd toegekend.

2. Onbebouwde kavels, waarvan de verkavelingsvergunning werken omvat.

Deze vrijstelling geldt gedurende het jaar dat volgt op het jaar waarin het attest, bedoelt in artikel 4.2.9 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening werd toegekend (bedoeld wordt het attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat alle in de verkavelingsvergunning opgelegde voorwaarden en lasten zijn uitgevoerd of dat voor de uitvoering van de lasten een afdoende financiële waarborg is gestort in de handen van de financieel beheerder of in zijn voordeel op onherroepelijke wijze door een bankinstelling is verleend).

Wanneer echter de werken door de verkavelaar worden uitgevoerd, geldt de vrijstelling gedurende maximaal drie jaar vanaf het jaar volgend op de afgifte van de verkavelingsvergunning. Wanneer de verwezelijking in fasen wordt vergund, zijn de bepalingen van dit onderdeel op de delen van elke fase van toepassing.

5.5. De activeringsheffing wordt niet toegepast op gronden en percelen gelegen in een weekendzone.

Art.6.- Aangifte

6.1 De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd.

6.2 De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

Art.7.- Verkoop

De verkoper van een onbebouwde bouwgrond of kavel is verplicht binnen de twee maanden na het verlijden van de notariële akte, bij aangetekende brief, per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs of per e-mail met leesbevestiging aan de administratie-financiën een kopie over te maken van de volledige verkoopakte, uitgezonderd de prijsaanduiding.

Art.8.- Verhoging

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een belastingverhoging als volgt worden toegepast en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld, afgezien van het feit of het om één of meerdere overtredingen per aanslagjaar gaat:

  • 10% bij een eerste overtreding;
  • 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200% van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen.

Art.9.- Kohier

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Art.10.- Betaling van de heffing

De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art.11.- Mede-eigendom

Indien de onbebouwde bouwgrond of kavel aan verschillende eigenaars toebehoort en wanneer geen aangifte wordt gedaan van de eigendomsverdeling zal als betalingsmodaliteit, iedere mede-eigenaar worden aangesproken voor het volledige verschuldigde bedrag.

Art.12.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

Art.13.-Indien het onderzoek “de commodo et incommodo” dat nopens onderhavig besluit zal ingesteld worden geen bezwaar oplevert, of wanneer de bezwaren, die tijdens dit onderzoek worden ingediend, door de gemeenteraad worden verworpen, zal het thans gestemde reglement als definitief aanzien worden en voor het nodige gevolg aan de bevoegde overheid worden toegezonden.