ontgravingen, belasting 2014-2019

datum goedkeuring

18 november 2013

datum bekendmaking

4 december 2013

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2014 en eindigend op 31 december 2019 wordt een belasting geheven op de ontgravingen van stoffelijke overschotten.

Art.2.- De belasting bedraagt 250 euro per ontgraving en is verschuldigd door degene die om de ontgraving verzoekt.

Art.3.- De belasting is niet verschuldigd voor de ontgravingen:

a) opgelegd door de rechterlijke overheden;
b) van de voor het vaderland gestorven militairen en burgers;
c) die ambtshalve door de gemeente worden verricht
d) noodzakelijk voor het overbrengen van het oude naar de nieuwe begraafplaats van het stoffelijk overschot van personen die ter aarde werden besteld in een voor de duur van de begraafplaats in concessie gegeven begravingsperceel

Art.4.- De belasting is verschuldigd vanaf het moment dat de aanvraag tot ontgraving is ingediend bij de bevoegde dienst.

Bij gebrek aan contantbetaling wordt de belasting ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Art.5.- De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in de gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

Art.6.- Indien het onderzoek "de commodo et incommodo" dat nopens onderhavig besluit zal ingesteld worden geen bezwaar oplevert, of wanneer de bezwaren, die tijdens dit onderzoek worden ingediend, door de gemeenteraad worden verworpen, zal het thans gestemde reglement als definitief aangezien worden en voor goedkeuring aan de bevoegde overheid worden overgezonden.