opruimen van sluikstort en zwerfvuil, belasting 2014-2019

datum goedkeuring

18 november 2013

datum bekendmaking

4 december 2013

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2014 en voor een termijn eindigend op 31 december 2019 wordt een belasting geheven op het ambtshalve opruimen van sluikstort en zwerfvuil door of in opdracht van de gemeente.

Art.2.- De belasting is verschuldigd door degene die afvalstoffen achterlaat, opslaagt of stort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met het Materialendecreet van 23 december 2011 met latere wijzigingen en met de gemeentelijke politieverordening van 27 januari 2011 en latere wijzigingen betreffende het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en het gebruik van het containerpark.

Art.3.-

§ 1. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstort en zwerfvuil door de gemeente, wordt het bedrag van deze belasting als volgt vastgesteld:

- 1,25 euro per km transport;
- personeelskosten:
- 30,00 euro per uur voor werklieden;
- 38,00 euro per uur voor ploegbaas/meesterknecht;
- 124,00 euro per ton of gedeelte van een ton voor stortkosten;
- 40,00 euro per uur gebruik vrachtwagen met kraanuitrusting.

De bedragen worden gecumuleerd. Alleszins zal de belasting minimum 250,00 euro in zijn globaliteit bedragen.

§ 2. Bij het ambtshalve opruimen van sluikstort of zwerfvuil door derden in opdracht van de gemeente wordt het factuurbedrag van deze derde, vermeerderd met een administratieve kost van 40,00 euro, doorgerekend aan de in artikel 2 vermelde belastingplichtige.

Art.4.- De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Art.5.- Het bedrag van de ingekohierde belasting dient betaald te worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art.6.- De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

Art.7.- Indien het onderzoek “de commodo et incommodo” dat nopens onderhavig besluit zal ingesteld worden geen bezwaar oplevert, of wanneer de bezwaren, die tijdens dit onderzoek worden ingediend door de gemeenteraad worden verworpen, zal het thans gestemde reglement als definitief aanzien worden en voor goedkeuring aan de bevoegde overheid worden overgezonden.